Skills 2 – Scales
Scales
Algemene info Scales
Een toonladder is een geordende selectie tonen.
Een toonladder kan ook gedefinieerd worden als een opeenvolging van bepaalde intervallen ofwel toonafstanden.
Toonladders worden in de Westerse muziektheorie veelvuldig toegepast en bestudeerd, maar ook bijvoorbeeld de Arabische moqqaam, de Turkse makam en de Indiase thaat maken gebruik van toonladders. De meeste toonladders hebben dezelfde structuur in elk voorkomend octaaf.
Een toonladder is een hulpmiddel om te improviseren!
Kleine test
Voordat we wat dieper ingaan op wat toonladders nu eigenlijk precies zijn en wat hun functie is, gaan we eerst een kleine test doen. Pak je gitaar. Sla de G snaar aan. Het maakt niet uit of je dat doet met je vingers, duim of met een plectrum: Ken je de verjaardagshit Happy Birthday To You? Zing of neurie die even om het liedje nog even goed voor de geest te halen. (Beter gezegd… voor je oren…)
Nu komt de test. Je hebt 10 punten om te gebruiken. Speel Happy Birthday (HBD) op de losse G snaar. Het liefst helemaal foutloos. Elk verkeerd vakje, aarzeling of kners of een andere fout is twee punten aftrek. Hoeveel punten hou je over? Of kom je jammer genoeg in de min terecht?
Troost je met de gedachte dat de meeste gitaristen, en ja… ook de gevorderden van ons hier best wel moeite mee hebben. Zingen is nou eenmaal veel, veel gemakkelijker dan gitaar spelen… Oei! Laat de zangers en zangeressen van deze wereld het maar niet horen.
Je zul wel gemerkt hebben hoe moeilijk het was om het liedje in één keer helemaal foutloos te spelen. Het zou natuurlijk heel erg handig zijn als je van te voren zou weten welke vakjes wel en welke vakjes absoluut niet bij het liedje passen.
Nu komen de toonladders/scales om de hoek kijken.
De vakjes op de losse G snaar die het beste passen in HBD zijn: 0,2,4,5,7,9,10 en 12.
Wat hier eigenlijk nu staat opgeschreven is een toonladder van C. Anders gezegd een verzameling van tonen waarmee je probleemloos HBD kunt spelen. Welke losse snaar je ook kiest HBD klinkt qua verdeling van de vakjes op alle snaren hetzelfde. Mind You! Op de hoge E snaar klinkt het meer als een sopraan. Op de lage E snaar meer als een bas. Check het maar op je gitaar.
Toonladders
Toonladders zijn dus eigenlijk een soort hulpmiddel om zo weinig mogelijk fouten te maken als je een solo of een melodie speelt. Bij een toonladder hoort ook altijd een akkoord of omgekeerd bij iedere akkoord past ook een toonladder. Denk maar aan het C akkoord. De basistonen van het C akkoord zijn C E en G. Zou je alle vakjes tussen deze drie tonen opvullen dan krijg je een chromatische C toonladder. Gebruik je niet alle opvultonen dan ontstaat er iedere keer een nieuwe C toonladder. De variaties en mogelijkheden zijn echt eindeloos.
Bij deze SKILLS pagina vertellen we jou meer over welke verschillende toonladders er zijn, hoe je ze kunt gebruiken en waar ze wel of niet het beste bij passen.
Sequens
Wat hier wel belangrijk is om te vermelden dat een toonladder op zich een dood ding is. Jij als de improvisator hebt de schone taak om, welke toonladder dan ook, tot leven te brengen. Daarvoor is één heel belangrijk hulpmiddel onontbeerlijk.
Dit noemen we wel een sequens.
Een sequens is een zelfde stukje melodie dat steeds op een andere toon begint. NB je kunt ook op steeds dezelfde toon beginnen waarbij je juist het vervolg verandert. Daarin schuilt het geheim van een mooie solo. Jouw beheersing van het melodische (sequens) materiaal.
Meer over sequensen -->
Afsluitend
Als je HBD helemaal perfect kunt spelen op de losse G kijk dan ook eens of je dit kunt op diezelfde G snaar maar begin het liedje dan op het tweede vakje van de G snaar. Oefen dan net zo lang totdat je HBD vanaf iedere willekeurig vakje op de G snaar kunt spelen.
NB Twee dobbelstenen kunnen je hierbij heel erg helpen. Eén dobbelsteen gaat tot het zesde vakje. Twee dobbelstenen gaan tot het 12e vakje. Probeer daarna HBD op twee snaren te spelen. Etc. Etc. Etc.
Het komt je neus uit
NB We kunnen ons levendig voorstellen dat op een bepaald moment HBD jou de neus en de oren weer uit komt. Wees gerust. Ook dat overkomt ons allemaal. Er is een simpele oplossing: Ieder kerst, kinder of volksliedje kun je gebruiken om te oefenen. En! Zoals je weet: Only practise makes perfect!
Hieronder vind je een selectie van toonladders, melodische ideeën en melodieën die jou kunnen inspireren en je op weg helpen om een betere gitarist en solist te worden.
Clips
Is dit nou een one string Fender of een Gibson?
Sitarsolo op 1 snaar!
Igor speelt 5 liedjes op de losse lage E snaar!
Tar solo
Pipa en Ghuzeng Solo
Jeff Healy
Jeff Healy is blind geboren. Hij heeft dus nog nooit gezien hoe je een gitaar meestal bespeeld. Daarom ontwikkelde hij een zeer eigen manier van spelen…
Zonder gitaar is eigenlijk veel leuker!
Een gitaar zonder vakjes met slechts 1 snaar!
Smoke on the water op de Japanse Shamisen
Les Paul and Mary Ford Live Shredding!
Les Paul and Mary Ford - Best Guitar Solo
Wes Montgomery solo op D mineur met de duim!
Three Great Guitars!!! Let op de perfect suits!
Barney Kessel
Charlie Byrd
Herb Ellis
Air Guitar World Championships
Info Penta- & Bluesladder
Oefening
Ga naar Youtube en zoek op: "Play Along" of "Backing Track".
Wil je bijvoorbeeld een backing track van een Blues in A, zoek dan op: "Backing Track Blues in A".
Voorbeeld: https://youtu.be/yvPowvrxaWM
Soms kan je er ook nog een stijl achter plaatsen.
Bv: "Backing Track Blues in A Funk".
Voorbeeld: https://youtu.be/s2K6pzVTnOM
Opdracht: Speel nu de toonladders achter elkaar zonder te stoppen; mineur penta, mineur penta + blue note, bluesladder uitgebreid en speedpenta, heen en terug.
Mineur Pentatonisch & Bluesladder
Info Penta Mi & Ma Parallel
Elke mineur ladder heeft een parallelle majeurladder (en andersom).
Dit geldt voor zowel pentatonisch als diatonisch.
Theoretisch is dat prima uit te leggen, maar het gaat ons vooral om het praktische gedeelte hiervan.
Mineur & Majeur Pentatonisch Parallel
Neem A mineur als voorbeeld.
Op het 5e vakje van de E-snaar speel je Mineur pentatonisch. Immers het 5e vakje van de E-snaar is een A.
Op het 12 vakje van de A-snaar speel je ook Mineur pentatonisch. Immers het 12e vakje van de A-snaar is een A.
Om op meer plekken op de hals te spelen is het handig om de paralelle toonladder te kennen.
Amineur = C majeur. Beide toonladders hebben dezelfde tonen.
Ami penta: A-C-D-E-G
Cma penta: C-D-E-D-A
Geen enkele andere toonladder heeft dezelfde tonen als Ami en Cma samen.
Op het 8e vakje van de E-snaar speel je C majeur pentatonisch. Immers het 8e vakje van de E-snaar is een C.
Op het 3e vakje van de A-snaar speel je ook C majeur pentatonisch. Immers het 3e vakje van de A-snaar is een C.
Door de parallelle toonladders goed te kennen kan je makkelijker op meerdere plekken op de hals spelen.
Wanneer je bv. op de 8e positie soleert dan denk je C ma penta. Als je soleert op het 12e vakje dan denk je A mi penta (en niet C ma penta).
Dus in het geval van A mineur (= C majeur en andersom):
- 3e positie (Cma)
- 5e positie (Ami)
- 8e positie (Cma)
- 12e positie (Ami)
- Blijft er 1 positie over... Die volgt vanzelf 🙂
Belangrijk is dat je de E- en de A snaar goed kent!
- E snaar: F (1e positie) t/m E (12e positie)
- A snaar: Bb (1e positie t/m A (12e positie)
- Leer vooral de namen van de stippen
(3e, 5e, 7e, 9e en 12e postie).
Info Penta 5 Kernvingerzetting
De 5 Kernvingerzetting is een verlengde van de parallelle toonladders. Er zijn dus 5 plekken op de hals om dezelfde toonladder te spelen.
Neem A mineur als voorbeeld.
- 3e positie (Cma)
- 5e positie (Ami)
- 8e positie (Cma)
- 10e posititie
- 12e positie (Ami)
Info Ma & Mi Parallel
Net als bij het verhaal van de Mineur-Majeur Pentatonisch Parallel geldt ook hier:
Elke mineur ladder heeft een parallelle majeurladder (en andersom).
Dit geldt voor zowel pentatonisch als diatonisch.
Theoretisch is dat prima uit te leggen, maar het gaat ons vooral om het praktische gedeelte hiervan.
Majeur & Mineur Diatonisch Parallel
Neem G Majeur als voorbeeld.
Op het 3e vakje van de E-snaar speel je de Majeur toonladder. Immers het 3e vakje van de E-snaar is een G.
Op het 10 vakje van de A-snaar speel je ook Majeur toonladder. Immers het 10e vakje van de A-snaar is een G.
Om op meer plekken op de hals te spelen is het handig om de paralelle toonladder te kennen.
G majeur = E mineur Beide toonladders hebben dezelfde tonen.
G majeur: G-A-B-C-D-E-F#-G
E mineur: E-F#-G-A-B-C-D-E
Geen enkele andere toonladder heeft dezelfde tonen als Gma en Emi.
Op het 12e vakje van de E-snaar speel je de E mineur toonladder. Immers het 12e vakje van de E-snaar is een E.
Op het 7e vakje van de A-snaar speel je ook de E mineur toonladder. Immers het 7e vakje van de A-snaar is een E.
Door de parallelle toonladders goed te kennen kan je makkelijker op meerdere plekken op de hals spelen.
Wanneer je bv. op de 10e positie soleert dan denk je Gma. Als je soleert op het 7e vakje dan denk je Emi (en niet Gma).
Dus in het geval van E mineur (= G majeur en andersom):
- 3e positie (Gma)
- 7e positie (Emi)
- 10e positie (Gma)
- 12e positie (Emi)
- Blijft er 1 positie over... Die volgt vanzelf 🙂
Belangrijk is dat je de E- en de A snaar goed kent!
- E snaar: F (1e positie) t/m E (12e positie)
- A snaar: Bb (1e positie t/m A (12e positie)
- Leer vooral de namen van de stippen
(3e, 5e, 7e, 9e en 12e postie).